Menu

Home

Nu mijn vader eindelijk in het gekkenhuis is beland

Vertaal ik drachtige gebeden naar het Vlaams
Van avontuurlijke taxidermisten en brokkelige colporteurs
‘Zeg maar opzetters en venters’, zegt mijn moeder
Die mijn gedichten niet wil plagiëren
Mijn mooie harige moeder wordt geschilderd
De schilder is pokdalig als een uit de hand gelopen Pollock
Hij bekijkt haar niet genoeg
Hij kijkt liever naar mijn vijftienjarige zusje
Dat topless garnalen pelt op het terras.

Nu mijn vader gek is voel ik mij niet minder gek
Ik bezoek hem met misdaadromans
En oneerlijke grootwarenhuisvijgen
Hij vraagt: ‘Waar heb je de vijgen gekocht?’
Ik lieg en zeg dat ik ze heb gestolen
Van de barones wier huis ik tweewekelijks kuis
‘Bedoel je twee keer in de week?’ vraagt de pedante kobold
‘Ja, dinsdag en vrijdag’, antwoord ik verwerpelijk dociel.

Na het bezoek aan mijn vader drink ik bier
In de cafetaria van het gekkenhuis
Met de schilder van mijn mooie harige moeder
Hij heeft hier een tante op de afdeling psychotische kleptomanen
En een grootvader op de afdeling alcoholistische pyromanen
Mijn vader heeft nog geen afdeling
Hij zit in het limbo
De kater van de barones wier huis ik
Twee keer in de week kuis heet Limbo.

Vandaag zijn mijn ouders zichzelf geweest
Ondevoot en dubbelzinnig
Gaat de zon onder
Mijn vader weet het niet
In het limbo zijn geen ramen


© Delphine Lecompte
Uit: Blinde gedichten
De Bezige Bij, 2012.

Delphine Lecompte
werd geboren in Gent in 1978. Zij debuteerde als dichter in 2011 met de bekroonde bundel De dieren in mij en heeft sindsdien vijf andere dichtbundels gepubliceerd. Lecompte vindt zichzelf vooral geen ernstige en serieuze dichter. Ze schept in haar poëzie bijzondere werelden, bewoond door eigenzinnige personages die zich in vreemde, niet zelden komische, maar vaak ook ontroerende situaties bevinden. Lecompte schrijft verhalende gedichten en schenkt hierbij aandacht aan ieder – grappig, vunzig of aandoenlijk – detail.

Ik voel me misschien nog het meest verwant met de profeet. Niet als ik schrijf, maar achteraf denk ik vaak: ‘Mijn gedicht is slimmer dan ik.
Delphine Lecompte, De Morgen 24 november 2012



HALLO GEDICHT!

‘Door het gedicht van een dichter die je niet kent te lezen, leer je over de dichter.’ Zegt dichteres Vrouwkje Tuinman. Vandaar dit gedicht. Je leert een partikeltje kennen van de wereld van Delphine Lecompte.
DE TITEL IS EEN TEASER
De titel valt met deur en al in huis. Het is dan ook meteen de eerste regel van het gedicht. Plak de volgende twee regels eraan vast en je krijgt een lopende zin. Maar wat die betekent? Een harige moeder weet er raad mee. Haar boodschap lijkt te zijn: gewoon doen is gek genoeg. Taxidermisten en colporteurs komen er bij haar niet in. Het zijn gewoon opzetters van dode beesten en venters, doorverkopers.

Moeder en dochter streven tegen wil en dank naar ‘normaal gedrag’. Dat is een uitdaging in de nabijheid van een Jackson Pollockachtige rokkenjager en een halfnaakt zusje dat garnalen pelt.
GOOGLE IS JE VRIEND
De geschiedenis leert dat de dichter zelf ervaring heeft met een verblijf in het gekkenhuis. (Leestip: link )
IK IS EEN ANDER
De openingsregel van de tweede strofe is het scharniermoment van het gedicht: ‘nu mijn vader gek is voel ik mij niet minder gek.’ Betekent het dat dit gedicht een pagina uit een dagboek is? Herinneringen en associaties worden versneden tot nieuwe gebeurtenissen. Good old columnist Simon Carmiggelt zei het al in de krant: ‘Ik lieg de waarheid’. Goeie dichters doen niet voor hem onder.
GA UIT VAN DE REGEL DIE ONMIDDELLIJK JE AANDACHT TREKT
Verwacht geen verzachtende woorden bij Lecompte. In dit gedicht is geen ruimte voor overgevoeligheden. In plaats van ‘zorgkliniek of ‘rusthuis’ kiest ze voor ‘gekkenhuis’. Je kunt ook focussen op één woord dat je opvalt. Het woord ‘gekkenhuis’ springt in het oog. Op onverbiddellijke toon wordt verslag gedaan van goedbedoelde misverstanden. Een vader verblijft niet alleen in het gekkenhuis. Ook jij, lezer, wordt er naarbinnen gesleurd. Dat wil zeggen, als je durft.
DE WITREGEL IS EEN PAUZEMOMENT
Gelukkig zijn er de witregels tussen de strofen om overzicht over de scenes te houden.
In de eerste strofe is de verwarring compleet. Wat doet die Pollockachtige schilder daar met moeder en halfnaakt zusje? Zoek dus eens op ‘Pollock’. Google is je vriend, remember. Klik op afbeeldingen. De afbeeldingen van Pollocks schilderijen geven reliëf, zeg maar vibes, aan het gedicht van Lecompte. Een veeg abstract expressionisme geeft smoel aan het personage.

Strofe twee ratelt verder. Wat is dat eigenlijk voor een vader die zijn vriendelijk liegende dochter zo hard op haar woorden pakt? De ik-persoon registreert op koele toon de waanzin van de ander. En scheldt terug. De vader wordt een ‘pedante kobold’. Ik-persoon, bereid tot zelfonderzoek, noemt zichzelf ‘verwerpelijk dociel’.

Ga dan naar de derde strofe. Dichters zijn niet op aarde om de mensheid gerust te stellen. In de derde strofe wordt zelfs de Pollockachtige schilder omringd door gekken in het gekkenhuis. Er zijn afdelingen voor dwangmatige dieven met een psychose en pyromanen met een alcholholprobleem. Je moet het doen met etiketten. Is er geen afdeling waar pyromanen met een snoepverslaving zitten? Is er geen afdeling voor de pyromanen met meerdere persoonlijkheden? Voor de vader is nog geen geschikte afdeling gevonden. Hij zit, lees je in de slotregels, in een kamer zonder ramen.
SPEUR ALS EEN DETECTIVE
Een voorbeeldje: wie bevolken overigens het gedicht? Hier zijn ze: moeder, schilder, vader, zusje, barones, tante, kleptomanen, pyromamen, grootvader, kater en de ik-persoon. Je leert de personages niet kennen. Je moet het doen met de observaties van de dichter.

Niemand komt er bijzonder goed af in dit gedicht. De dichter verschuift de poppetjes zoals het haar zint. Haar personages lijken er niet mee te zitten. Nergens heb je als lezer houvast aan een handelingsmotief. Terecht. Een gedicht is nu eenmaal geen roman. De dichter brengt een gesloten wereld in kaart. Was je net gewend aan de wisselende taferelen en conversaties?

Het limbo-woord is gevallen. Je zou ook naar het gedicht kunnen kijken zoals je kijkt naar een schilderij van Jeroen Bosch. De kater Limbo is op het gedicht aangebracht als een middeleeuws symbool voor het Kwaad. Middeleeuwers zagen in de ogen van een kat de blik van de duivel. Is er sprake van een magisch verband tussen de kat en de vader? De vader is al in het Limbo, lees je in de laatste regels. Hij leeft in een voorgeborchte. Dat is een voorportaal van de hemel, zonder een spat geluk. Hij kan de zon niet zien. Vandaag zijn mijn ouders zichzelf geweest, dicht Lecompte. Ondevoot en dubbelzinnig. Is dat een uitspraak over de zon? Of over de ouders? De vader weet het waarschijnlijk ook niet.
LET OP DE LAATSTE REGEL
‘In het limbo zijn geen ramen.’ Lecompte biedt geen hulp aan haar lezers. Nee, dit gedicht stelt niet gerust.