Menu

Home

Voorvaderen, onderburen

Sommige voorvaderen, weten we, hebben God gedroomd
en daaruit is voortgekomen onze wereld van eindige dingen.
Zij waren het die ooit een kind offerden aan iets almachtigs
en onzichtbaars.
We weten ook dat sommige honden –
dat sommige mensen gaan lijken op hun huisdier
na verloop van tijd. Soms
een grotesk gezicht, meestal blijft het onopgemerkt.
Mijn onderburen, een kinderloos stel toevallig, nemen
mijn boodschappen altijd aan en vragen mij fluisterend
of zij mij niet tot last zijn en soms ergens mee kunnen helpen.
Andere voorvaderen wisten zich met de dood geen raad
en met geboorte evenmin, zij zagen in een pasgeboren kind
een gestorven voorvader. En het verwarde geloof dat
zij stichtten spookt sindsdien door onze genen;
mijn onderburen hebben mij toevertrouwd te zullen en willen
reïncarneren in een diersoort met zachte zeden, in bijen.


© Mustafa Stitou
Uit: Varkensroze ansichten
De Bezige Bij, 2003

Mustafa Stitou werd in 1974 geboren in Marokko en groeide op in Nederland. Zijn eerste dichtbundel heet Mijn vormen en die publiceerde Stitou in 1993. Sindsdien heeft hij nog drie andere dichtbundels geschreven. Varkensroze ansichten uit 2013, waar ook het gedicht hiernaast in staat, werd bekroond met de VSB Poëzieprijs. In de poëzie van Stitou komen allerlei werelden samen, zoals de westerse en oosterse, maar ook die van de filosofie en van de alledaagse realiteit. Deze samenkomst levert vaak spanning op, waar Stitou op een verrassende en eigenzinnige manier mee omgaat. In 2009 was Stitou een jaar lang stadsdichter van Amsterdam.

ik lees en als ik een goed gedicht te pakken heb of vind of erop stuit ben ik minstens een kwartier bezig wanneer ik het lees en herlees.
Mustafa Stitou in ‘De tekst van mijn leven’, Wintertuinfestival 2014



HALLO GEDICHT!


EERST ERVAREN DAN BEGRIJPEN
Achter een gewone vraag ligt in een gedicht van Stitou vaak een ongewone vraag verborgen. Hij brengt op dagelijkse toon raadsels aan het licht. Maar zijn woorden blijven een beetje zweven. Denk niet dat het gedicht een oplossing geeft voor random ongemakken. Over een kwellende kwestie maakt hij graag op zachte toon een prima grap.

Hoe pak je dit gedicht nu beet?
DE TITEL IS EEN TEASER
Lees niet over een titel heen. De spelers worden er in aangekondigd. Hebben voorvaderen en onderburen iets met elkaar te maken?
FUNCTIE VAN INTERPUNCTIE
Let op de komma tussen de twee woorden van die titel. De komma verbindt de woorden zodanig dat er tussen de twee een onderling verband lijkt te bestaan.
VERBIND DE TITEL MET DE LAATSTE REGEL VAN HET GEDICHT
Voorvaderen, onderburen. De titel en de slotregel houden het gedicht samen. De slotregel zegt ‘reïncarneren in een diersoort met zachte zeden, in bijen.’ Je kunt titel en slotregel aan elkaar lijmen. ‘Voorvaderen, onderburen reïncarneren in een diersoort met zachte zeden, in bijen.’

Bereid je voor op een kwartiertje levensbeschouwing. Wie ‘reïncarnatie’ schrijft is ook niet bang voor woorden als God, iets almachtigs, onzichtbaars, verloop van tijd, de dood, geboorte, geloof en zachte zeden dus. Allemaal in één gedicht! Verwacht je een loodzwaar vers? Stitou stipt de thema’s aan alsof hij in de kroeg een goed verhaal vertelt. In zo’n verhaal valt de vergelijking tussen mensen en honden prima op z’n plek. Loodzware thema ’s in verderlichte verpakking.
SPEUR ALS EEN DETECTIVE
Stitou vraagt zich af hoe het zit met onze afkomst. Merk de onderzoekende toon van de dichter op. Het gedicht kan vragen bij je oproepen. Wie spelen een rol in zijn verhaal? Wat gebeurt er tussen de ik en de onderburen? Krijg je concrete antwoorden?
FOUTE VRAGEN BESTAAN NIET
Misschien stel je ook beschouwelijke vragen, in het kielzog van deze dichter. Waar lijken we op? Welke verwijzingen vind je? Wie zijn de verwanten van voorouders die aan kindoffers deden? Welke oude angsten voor een god dragen we diep in onze genen mee? Geloven we in een volgend leven, dankzij voorouders die er in geloofden? Stitou stelt geen enkelvoudige thema’s aan de orde. De vraag hoe we de dood aanvaarden is de vraag die het gedicht aan jou stelt. Er waren voorouders die vol ontzag voor hun god het liefste dat ze hadden offerden. Stitou wordt nergens expliciet. Let op woorden als ‘sommige’ en ‘andere’ of ‘soms ergens’. Lekker vaag. Misschien bedoelt hij de Azteken of de Phoeniciers.
GOOGLE IS JE VRIEND
Google-gewijze, zoektermen ‘offeren van kinderen’ of ‘kindoffers’, vind je daders van kindoffers. Maar het gedicht stelt zijn vragen in een losser, associatiever verband.

Er lijken toevallige tegenstellingen te ontstaan. Pasgeborenen tegenover kindoffers. Zachte zeden tegenover een hardhandige dood. Voorouders versus levende onderburen. In de beschrijving van de onderburen brengt het gedicht alle thema’s samen. De onderburen zijn kinderloos. Schuchter bieden ze hun diensten aan, als goede daden. Hopen ze op een mooi, volgend leven na hun dood als de beloning voor hun diensten? Ze willen terugkeren als zoete, sociale dieren. Als bijen. Een groter contrast met de woeste voorvaderen, maar evengoed met een hond die op zijn baasje lijkt of andersom, is er niet. De woorden houden de tegenstellingen gaaf in tact. Het gedicht omspant restanten van oude overtuigingen. Ze zijn opgenomen in onze uiteenlopende culturen.
LUISTER NAAR JE EIGEN GEDACHTEN, WAT ROEPEN DE BEELDEN IN JE OP?
Wat wil de dood, dat onvermijdelijke einde, eigenlijk van ons? Vroeg of laat stelt iedereen, vanuit elke denkbare culturele of religieuze omgeving zich deze vraag. We hebben restanten van oude overtuigingen opgenomen in onze eigen cultuur.
HERLEES!
Als je een gedicht voor de eerste keer leest, mis je soms verborgen feiten. In dit gedicht is de ‘ik’ heel subtiel aanwezig. Misschien merk je hem pas op bij tweede of derde lezing. Hij bevindt zich bijna onzichtbaar in het gedicht. Hij duikt heel even op in de woorden ‘mijn’ en ‘mij’, de ‘ik’ aan wie fluisterend iets wordt gevraagd. Toch neemt hij middenin het gedicht een centrale plek in. We zien wat hij ziet. Hij beweegt zich ergens tussen oude opvattingen uit oost en west, noord en zuid. Hij heeft geen oordeel. Hij sleept honden en bijen en boodschappen zijn gedicht binnen. Hij heeft gevoel voor humor.
DURF HARDOP TE LEZEN!
Er zit een ingebouwde leesvertrager in de regels. Het geheim zit in het trage tempo. Het lijkt op een oeroude vertelling. Laat je meeslepen door de verborgen ritmiek van het gedicht. Je krijgt er als vanzelf een bedachtzame bui van.